Hans van Houwelingen & Jonas Staal

1 : 1

18.11 — 15.01.2012 Groepstentoonstelling

Samengesteld door Mihnea Mircan

Deelnemende kunstenaars Hans van Houwelingen en Jonas Staal

De tentoonstelling introduceert twee opmerkelijke artistieke praktijken die betrekking hebben op dilemma’s rond kunst in de publieke ruimte in Nederland en daarbuiten. Alhoewel Hans van Houwelingen en Jonas Staal tot verschillende generaties behoren en van opvatting verschillen over de politieke verantwoordelijkheden van kunstenaars, verbindt hun werk zich in een gedreven polemiek rondom het genre van ‘het monument’.

Door het zorgvuldig ontrafelen van politieke wens- en waanvoorstellingen die in monumenten met elkaar verwoven en ‘in steen’ vastgelegd worden, heropenen de kunstenaars de debatten over (recente) geschiedenis, die monumenten juist proberen af te sluiten. In een kritisch onderzoek naar de (politieke) instrumentalisatie van het herdenken en de constructies van consensus die hierachter schuilgaan, brengen Van Houwelingen en Staal vraagstukken rondom dit genre openlijk ter sprake, zonder te vervallen in de ironische verhulling van negatieve voorvoegsels als ‘anti-’ en ‘counter-’.

Beide kunstenaars presenteren ieder drie recente werken met centraal moment de context waarin een Nationaal Monument voor Gastarbeiders om te beginnen werd voorgesteld, daarna heftig betwist en uiteindelijk gaandeweg werd opgegeven. De respectievelijke voorstellen die van Houwelingen en Staal voor deze wat ‘ongemakkelijke’ opdracht aandroegen, brengen het complete politieke spectrum ten aanzien van het voortdurende debat over de teloorgang van de multiculturele maatschappij in Noord-Europa in kaart. De twee voorstellen staan lijnrecht tegenover elkaar, maar vullen elkaar tegelijk op verontrustende wijze aan. Van Houwelingen deed een voorstel om het markante, maar vervallen kunstwerk van Naum Gabo in de openbare ruimte van Rotterdam te laten restaureren en zo het verhaal over diens oorsprong en eigendomsrecht te herschrijven. Staal daarentegen, kwam met het controversiële voorstel voor een eerbetoon aan de ‘echte’ Rotterdammer, wiens stad hem is ontnomen door opeenvolgende immigratiegolven. Samen articuleren ze een tegenstrijdig monument waarmee ze appelleren aan een politiek discours dat is gebaseerd op ideologische tweedeling en de roofzucht naar kiezersstemmen.

Verder presenteert Hans van Houwelingen Sluipweg, een voetpad gemaakt van meer dan 300 uitgegraven grafstenen, dat loopt over de borstwering van het Fort bij Vijfhuizen, – een militair bolwerk waar nooit een oorlog werd uitgevochten, omdat het reeds bij de inwijding op de militaire techniek achterliep. De locatie van een geschiedenis die nooit plaatsvond wordt nu doorkruist door de stoffelijke sporen van honderden anonieme lotsbestemmingen die op andere plekken en in een ander soort strijd beslecht werden. Sluipweg confronteert de bezoeker met de geest van een oorlogsmonument. Het trauma en het gedenkteken volgen elkaar echter niet in twee verschillende stadia op, maar vallen samen in tijd en verbeelding. Het beeld ontwricht het metafysische wapentuig van de discoursen die proberen vat te krijgen op de dood door deze zo hoog boven het leven verheffen dat ze er uiteindelijk geen deel meer van uitmaakt.

Als respons op een opdracht van de gemeente Den Haag om een monument te maken voor Johan Rudolph Thorbecke, stichter van de Nederlandse parlementaire democratie, kwam Gedane zaken nemen keer tot stand, een voorstel om de standbeelden van Johan Rudolph Thorbecke in Amsterdam en Baruch Spinoza in Den Haag te verwisselen. Vrijwel gelijktijdig en mogelijk als gevolg van een vergelijkbaar proces van politieke of culturele branding, beraadde de gemeente Amsterdam zich op een monument voor Baruch Spinoza, de veronderstelde stichter van idealen van vrijheid en individualisme die de stad als imago koestert. Aangezien beide steden het standbeeld leken te bezitten, dat door de ander begeerd werd, stelde van Houwelingen een ruil voor. De mathematische precisie, de historische beweegredenen en de symbolische weerklank van de verplaatsing markeren de ‘economie’ van het monumentale genre, waarin in dit geval niets nieuws gebouwd hoeft te worden, waarin alle aspecten die het herdenkingsproces mogelijk maken al bestaan, en slechts opnieuw tegen elkaar afgewogen moeten worden – een herschikken van de identiteitspuzzel.

Jonas Staal toont een werk dat ontstond in opdracht van de bewoners van de Maastrichtsestraat in Den Haag, ter herdenking van de deportatie van zestien Joodse families die daar gedurende de Tweede Wereldoorlog woonden. In tegenstelling tot het conventionele scenario waarbij het herdenken wordt ‘geëxternaliseerd’ in een gedenksteen die voor ons memoreert, heeft Jonas Staal een verandering van de straatnaam voorgesteld: ‘Deportatie van zestien Joodse families straat’. Dit zou zich niet beperken tot louter een verandering van de straatnaamborden, maar zou moeten uitmonden in een aanhoudende inspanning van de bewoners om de plaatselijke autoriteiten ervan te overtuigen de naamsverandering door te voeren op alle archiefbestanden waarin de straatnaam voorkwam: een daad van herinnering die zich vertaalt in een langdurig, veeleisend proces van bureaucratische aanpassing.

Daarnaast presenteert Jonas Staal het derde deel van Politiek Kunstbezit, een onderzoeksproject dat relaties tussen kunst en politiek ‘vanaf de andere kant’ belicht: het toont vormen van artistieke activiteit binnen de Nederlandse politiek. Met deze ironisch gespiegelde museologie bracht Staal eerder de kunstcollecties van Rotterdamse politieke partijen boven, en onderzocht hierin het samenvallen van ideologische posities met de verzamelde objecten. Ook volgde hij de ontwikkeling van de ‘Vrijdenkersruimte’ in partijkantoren in de Tweede Kamer in Den Haag – een geïmproviseerde, door de VVD en PVV opgezette expositieruimte, die de co-existentie van onverenigbaar politieke standpunten op interessante wijze weerspiegelde.

Waar de politicus als verzamelaar of curator het onderwerp was van de eerste twee episodes, is Politiek Kunstbezit III: Gesloten Architectuur gebaseerd op een tekst van Fleur Agema, gediplomeerd architecte en prominent lid van de PVV. Haar afstudeerproject beschrijft in 350 pagina’s een project voor een gevangenis. Het gaat om een complex waar gevangenen middels een uitgebreid protocol van tuchtruimtes en -regels klaar worden gestoomd voor een herintreding in de maatschappij. De kunstenaar heeft zichzelf de taak gesteld Agema’s visioen te materialiseren door haar reflecties op straf- en heropvoedingsstrategieën, met verregaande implicaties voor de gezondheid van het maatschappelijke systeem en voor de grenzen van de te verdedigen normen en waarden, in de vorm van tekeningen en een schaalmodel inzichtelijk te maken.

Tot 11 december is in Stroom Den Haag nog de door Mihnea Mircan gecurateerde tentoonstelling Hans van Houwelingen: Until It Stops Resembling Itself, te zien, waarvoor de publicatie Undone werd gerealiseerd. De uitgave bevat bijdragen van o.a. Mark Jarzombek, David Riff, Jonathan Dronsfield, Gerald Raunig, Marina Vishmidt, Julia Bryan-Wilson en Brian Dillon. De catalogus is ontworpen door Metahaven en uitgegeven door Jap Sam Books.

De publicatie Undone werd mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van Stroom Den Haag, Extra City Kunsthal Antwerpen, Fonds BKVB, Mondriaan Stichting en Stichting Stokroos.

Jonas Staal zal in Extra City zijn publicatie Art, Property of Politics III: Closed Architecture presenteren, uitgegeven door Onomatopee. De uitgave is mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van Extra City Kunsthal Antwerpen, Context is the Message, Stichting Onomatopee, Eindhoven, Centrum Beeldende Kunst, Rotterdam, Mondriaan Stichting en Fonds BKVB.

De tentoonstelling 1:1 komt tot stand dankzij genereuze steun van de Mondriaan Stichting. de SIR (Sculpture International Rotterdam), Koninklijk Bijenkorfarchief en N.V. Hollandia.

Locatie Extra City - Antwerpen-Noord, Tulpstraat 79, 2060 Antwerpen